Met een hard en indringend "Sjsjsjsjttt!" lukt het
mijn vrouw om de Nederlandse tieners die rond twee uur 's-nachts luidruchtig hun
discobelevenisssen staan te herkauwen, op het idee te brengen in de richting van
hun eigen tent te lopen. Dan is het weer stil.
Alleen
als mijn dochter aan de andere kant van de vouwwagen zich omdraait, hoor ik weer
het gekraak van haar beddeplank, dat mij enkele malen per nacht doet vermoeden,
dat ik in een spookslot slaap in plaats van op een camping in de Provence.
"Morgen toch maar weer eens naar kijken" neem ik mij voor en zak weer
weg in mijn slaap, ondersteund door enkele glazen Vin de France.
Even
later, maar ik ben te moe om op de wekker te kijken, begint een tiental plaatsen
verderop een kind te huilen. Zo te horen een kleine dreumes, maar met een
behoorlijk stel stembanden. "Zeker akelig gedroomd" denk ik,
"gelukkig hebben wij die tijd achter ons." en draai me voor de
zoveelste keer die nacht om.
Natuurlijk
stoot ik daarbij mijn vrouw aan, maar het blijft van haar kant bij een diepe
zucht; ze is niet echt wakker geworden. Gelukkig maar, want dan hoort ze ook
niet, dat de Fransman in de bungalowtent schuin naast ons inmiddels zijn
motorzaag heeft gestart om aan zijn dagelijkse portie brandhout te beginnen.
Tjonge, wat kan die man ronken. Dat zijn vrouw dat uithoudt! Zelf kom ik nooit
verder dan drie of vier stammetjes, want dan heeft mijn dierbare wederhelft al
ingegrepen met een ferme por in mijn zij.
Door
vermoeidheid geholpen heb ik mij net door mijn buurman in slaap laten brommen,
als er een heel dun "bliep-bliep, bliep-bliep" tot mij doordringt. En
al droom ik thuis en ook hier ontzettend vaak en heel bizar, toch weet ik nu
zeker, dat ik mij niet tussen de buitenaardse wezens bevind. Het
"bliep-bliep" gaat intussen rustig door....het komt ergens uit de
voortent!
Mijn
vrouw is nu ook door de Marsmannetjes gewekt en beduidt mij - zij het nog half
slapend - dat we wreed gestoord zijn door het horloge van mijn oudste zoon. Om
organisatorische redenen is hij meegereisd met mijn zwager en slaapt nu met zijn
neef naast hun caravan, dus die kan ik nu niet vragen om in te grijpen. Nu
begrijp ik plotseling ook, wat de jongste gisteravond bedoelde met zijn "Nu
weet ik hoe het moet!"
Hij
zat toen namelijk met het bewuste horloge te spelen, omdat hij bij hoge
uitzondering te vroeg klaar was om mee uit eten te gaan. Die snaak heeft toen
natuurlijk het alarm ingesteld!
Uit
macht der gewoonte neem ik mijn zaklamp, om in de voortent in de vakjeszak op
zoek te gaan naar de elektronische boosdoener . Een totaal overbodig
hulpmiddel natuurlijk, want mijn oren zijn nog steeds erg goed en Bliepje weet
van geen ophouden. Ik leg de lamp ergens neer, gris het horloge uit een vakje
en begin in het wilde weg op de knopjes te drukken. Aangezien ik mij met mijn
vierenveertig jaar aan de andere kant van de generatiekloof bevind, weet ik in
de verste verte niet hoe je zo'n ding af moet zetten.
Per
toeval is me dat blijkbaar toch gelukt, want Bliepje verstomt onmiddellijk. Met
een "ZO en nu eindelijk doorslapen." kruip ik weer naast mijn vrouw,
maar op de boerderij naast de toegangsweg van de camping zijn de Marsmannetjes
bij de waakhond op bezoek. Wat mij door de nachtelijke stilte tegemoetklinkt,
doet mij vermoeden, dat het hier minstens om een bouvier gaat. Gestaag stuurt
hij zijn geblaf door de nacht, al klinkt het niet erg opgewonden. Het bericht
zal wel voor een soortgenoot bedoeld zijn.
Als
ik eindelijk weer slaap, - het moet inmiddels een uur of drie zijn - is Bliepje
er opeens weer. Ik snap er werkelijk niets van, vlieg woedend de voortent in en
knijp hem waar ik maar kan. Dat helpt... Voor alle zekerheid neem ik het horloge
nu maar mee in mijn slaapzak....je weet maar nooit.
Nadat
ik het derde bliepje in de kiem gesmoord heb, wordt het me bij het vierde toch
werkelijk te gek. Nu wil ik dat ding niet meer horen!!! Maar goede raad is duur,
zeker met nachttarief.
Onder
mijn hoofdkussen lijkt mij een goede plaats. Maar op een of andere manier weet
Bliepje toch weer tot de oren van mijn vrouw door te dringen, want even later
wekt ze mij met de mededeling, dat ze "het ding" nog steeds hoort. Als
ik met een tamelijk duf hoofd - vergeet niet, dat we uit eten zijn geweest -
moet toegeven, dat Bliepje inderdaad weer ligt te seinen, vind ik het echt
welletjes.
Met
de ene hand grijp ik het horloge, met de andere uit de vakjeszak de
autosleutels, rits de deur van de voortent open en met enkele passen sta ik bij
de auto. Na een paar zachte klikken van het portier ligt "het ding"
veilig en wel op mijn stoel en mag voor mijn part de hele nacht nog bliepen; mij
zal het niet meer storen.
Als
ik uiteindelijk om acht uur gewekt word, omdat we een dagje naar zee willen gaan
- en dan moet je zeker niet te laat vertrekken - ben ik echt opgelucht, dat ik
naast mijn hoofd een doodgewone, ordinaire wekker hoor ratelen.