Mustafa

 

"Rij hier toch gewoon even rechtsaf," zegt mijn vrouw, "dat mag dan wel niet, maar het is maar een heel klein stukje, dan staan we pal voor het station. "Enigszins geïrriteerd rijd ik de afrit van het stationsplein van Avignon op. Tegen de Fransman die zijn armen ten hemel heft, roep ik - ofschoon ik weet, dat hij mij noch kan horen noch verstaan - "Tja meneer, in Nederland doe ik zoiets ook niet, maar van mijn vrouw moest ik hier rechtsaf".

     Nadat we de auto uiteindelijk toch maar in een parkeerga­rage hebben gezet, beginnen we opgewekt aan de stadswandeling onder de anonieme maar deskundige leiding van een ANWB-reis­gids. We komen door allerlei pittoreske straatjes. Verleden jaar heeft mijn vrouw zich eens het woord idyllisch laten ontvallen en nu wordt ze daar regelmatig mee geplaagd door de kinderen.

     Rond het middaguur bereiken we het Place d'Horloge, door de schrijver warm aanbevolen. Het is een groot rechthoekig plein met aan één zijde niets dan terrasjes. Ondanks de vele platanen is het er bloedheet. Dat weerhoudt ons er echter niet van, na vergelijking van de menu's, op het vijfde of zesde terras neer te strijken. Aan een tafel van vier wordt met een royaal gebaar een vijfde plaats geformeerd en ikzelf zit door toeval met mijn rug naar het plein.

 

     Al gauw ontdekken we, dat Avignon zijn naam weer eens eer aan doet. Er is de hele week een straatfestival en ter hoogte van ons terrasje loopt een "jeune artist" zich uit te sloven in de gloeiende zon. Hij is gekleed in een lange zwarte broek, wit overhemd met lange mouwen, brede bretels, een bolhoed en een clownsneusje.

     Hij besluipt tot groot vermaak van de toeristen steeds weer een nieuwe voorbijganger en imiteert - nauwelijks vijftig centimeter erachter lopend - exakt alle bewegingen. Inmiddels hebben zich links op het plein enkele Colombiaanse muzikanten geïnstalleerd, die echter rustig afwachten tot de clown zijn optreden heeft beëindigd. Uiteraard slaat deze laatste geen tafeltje over, wanneer hij ons met de hoed in de hand duide­lijk maakt,dat hij erg vereerd is met onze lach, maar daar toch niet van kan leven.

     Iets verder naar rechts zijn intussen drie tekenaars neergestreken, die hun tekenkunsten aanbevelen met fraaie spotprenten van De Gaulle, Jean Gabin en Louis de Funès. De klant mag kiezen tussen een "portrait" en een "caricature".

     Nu heb ik al vaker met de gedachte gespeeld om eens een portret te laten maken door bijvoorbeeld een sneltekenaar. Dus het is te begrijpen, dat we na onze maaltijd toevallig nog even in hun richting lopen.....en met een Oosterse glimlach - later hoor ik, dat ze uit Iran komen - schiet de meest rechtse meteen in de roos: "Ahhh, ce monsieur avec le beau moustache, une caricature pour vous?"

 

     "En nou doe ik het ook!" zeg ik tegen mijzelf en neem tot grote verbazing van mijn vrouw en tot nog grotere hilariteit van mijn kinderen plaats in het tuinstoeltje dat recht voor hem staat. "Hollandais? Oui?? Blijven lachen, blijven lachen!" zegt de man en heeft de eerste lijnen al op papier staan. Mijn supporters staan inmiddels achter hem, weldra aangevuld door menige kijklustige voorbijganger. "Je snor staat er al." is het eerste dat mijn vrouw zegt, maar haar blik verraadt niet veel goeds. "Het moet leuk zijn en ook een beetje lijken" probeer ik de _70,- wat te verzachten.

 

     Met tussenpozen van een paar minuten laat Mustafa en zeer kunstmatig maar zeer aanstekelijk "ha, ha, ha!" horen en dat betekent toch, dat ik precies die lachrimpels produceer die hij voor een goed resultaat nodig heeft. Een blonde Nederlan­der is in gesprek geraakt met mijn vrouw en het onderwerp laat zich makkelijk raden. Nadat ik nog gauw vanuit mijn tuinstoel een foto van mijn supporters heb gemaakt, gebaar ik naar hem: "Hoe vind jij dat het wordt?" Zijn opgestoken duim stelt mij hele­maal gerust. Daarbij moet ik hier zeker vermelden, dat Mustafa erg veel zorg aan zijn werk besteedt, wat even later weer te horen is aan de uitingen van mijn kinderen.

     Als hij na ongeveer een kwartier zijn werk ondertekent en nog even afstoft met een klein bezempje, is werkelijk iedereen tevreden, ikzelf nog het meest: voorwaar, een fraaie karika­tuur! Bij het afrekenen tovert Mustafa nog een extra glimlach tevoorschijn en zegt met enkele zeer scherpe g's :"Achchchten­dertichch,oui?" Hij kent immers zijn talen.